ECLI:NL:CRVB:2013:1279
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Geen recht op WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na rug- en psychische klachten
Appellante staakte haar werk in december 2007 vanwege rug- en knieklachten en ontwikkelde daarnaast psychische klachten. Het UWV stelde op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vast dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedroeg, waardoor geen recht op een WIA-uitkering ontstond.
In de bezwaarprocedure werd de medische beoordeling bevestigd door een bezwaarverzekeringsarts, die de beperkingen inzake werktijden aanscherpte vanwege psychische kwetsbaarheid, maar de mate van arbeidsongeschiktheid ongewijzigd liet. De bezwaararbeidsdeskundige vond eveneens dat de belastbaarheid van appellante niet werd overschreden door de geduide functies.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit ongegrond. In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren, onder meer over de inschatting van haar fysieke en psychische belastbaarheid en de geschiktheid van bepaalde functies. De Raad overwoog dat de medische en arbeidskundige grondslagen deugdelijk zijn, dat er geen objectieve aanwijzingen zijn voor verdere beperkingen en dat de bezwaren onvoldoende zijn onderbouwd.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV bevestigd dat geen recht op WIA-uitkering bestaat.