Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
EH
DÉCISION
Centrale Raad van Beroep
Verzoeker heeft bij de Centrale Raad van Beroep verzocht om herziening van een uitspraak van 9 maart 2012, waarin zijn beroep tegen het besluit van het UWV tot intrekking van zijn WAO-uitkering werd afgewezen. Het verzoek tot herziening is beoordeeld aan de hand van artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht in verbinding met artikel 21 van Pro de Beroepswet, die bepalen dat herziening slechts mogelijk is indien sprake is van nieuwe feiten of omstandigheden die bij de indiener niet bekend waren en die tot een andere uitspraak zouden hebben kunnen leiden.
De Raad constateert dat verzoeker in essentie niet nieuwe feiten aanvoert, maar een hernieuwde discussie over de juistheid van de eerdere uitspraak wenst. Dit is niet toegestaan binnen het rechtsmiddel van herziening. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Er wordt geen veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
De uitspraak bevestigt de vaste jurisprudentie dat herziening slechts mogelijk is bij het aantonen van nieuwe feiten of omstandigheden en niet voor het heropenen van de inhoudelijke discussie over de zaak zelf.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de WAO-uitkeringsuitspraak wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.