ECLI:NL:CRVB:2013:1308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking pgb huishoudelijke hulp wegens niet-verantwoording
Appellante kreeg op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) een pgb toegekend voor huishoudelijke hulp. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam vroeg haar om een verantwoordingsformulier over 2009 in te vullen, maar appellante weigerde dit vanwege haar gezondheid.
Het college trok daarop het pgb in en zette de voorziening om in zorg in natura. Tevens werd het reeds verstrekte pgb teruggevorderd. Appellante maakte bezwaar, maar het college verklaarde dit ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit.
In hoger beroep stelde appellante dat het pgb noodzakelijk is vanwege haar persoonlijke situatie en dat zij geen verwijt treft voor het niet kunnen verantwoorden, mede vanwege de verblijfstatus van de ingeschakelde personen. De Raad oordeelde echter dat appellante gehouden is tot verantwoording en dat het college terecht het pgb introk en terugvorderde. De hardheidsclausule werd niet toegepast omdat appellante bewust koos voor zorgverleners die niet wilden meewerken aan verantwoording.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van het pgb wordt bevestigd.