ECLI:NL:CRVB:2013:1431
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling recht op AOW-ouderdomspensioen voor echtgenote zonder woon- of werkperiode in Nederland
Appellante, geboren in 1946, verzocht in april 2010 om toekenning van een ouderdomspensioen ingevolge de Algemene Ouderdomswet (AOW). Zij gaf aan nooit in Nederland te hebben gewoond of gewerkt, terwijl haar echtgenoot in Nederland woont en een AOW-pensioen ontvangt. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) weigerde het pensioen toe te kennen omdat appellante niet verzekerd was en er geen bewijs was dat haar echtgenoot tijdens het huwelijk verzekerd was volgens de AOW.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van de Svb. In hoger beroep stelde appellante dat zij de eerste echtgenote van haar echtgenoot is, maar kon geen nadere gegevens overleggen over diens woonplaats of verzekeringsperioden in Nederland. De Raad oordeelde dat op grond van het Verdrag sociale zekerheid tussen Nederland en Marokko alleen onder voorwaarden tijdvakken van verplichte verzekering van de echtgenoot voor de AOW kunnen worden meegeteld.
Omdat niet kon worden vastgesteld dat de echtgenoot van appellante tijdens het huwelijk verzekerd was, concludeerde de Raad dat de Svb terecht het pensioen weigerde. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen recht heeft op een AOW-ouderdomspensioen omdat niet is vastgesteld dat haar echtgenoot tijdens het huwelijk verzekerd was op grond van de AOW.