ECLI:NL:CRVB:2013:1455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bevoegdheid intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Betrokkene ontving bijstand als alleenstaande ouder vanaf maart 2010. Na melding van samenwoning met echtgenoot startte de gemeente Nijmegen een onderzoek, dat leidde tot het besluit de bijstand met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2010 in te trekken wegens het voeren van een gezamenlijke huishouding zonder melding.
De rechtbank Arnhem oordeelde dat appellant niet bevoegd was de bijstand over de periode van 2 tot en met 28 april 2011 in te trekken, en vernietigde het besluit voor die periode. Appellant ging hiertegen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep stelt vast dat de onderzoeksgegevens voldoende grondslag bieden voor de conclusie dat betrokkene en echtgenoot van 1 april 2010 tot 1 april 2011 een gezamenlijke huishouding voerden. De rechtbank motiveerde onvoldoende waarom de gezamenlijke huishouding na 1 april 2011 zou zijn geëindigd.
De Raad concludeert dat de verklaringen van betrokkene, echtgenoot en getuige onvoldoende concreet zijn om het einde van de gezamenlijke huishouding vanaf 2 april 2011 aan te nemen. Daarom is appellant bevoegd geweest de bijstand over de periode 2 tot en met 28 april 2011 in te trekken. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking van bijstand over 2-28 april 2011 blijft in stand.