ECLI:NL:CRVB:2013:1593
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- R. Kooper
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens weigering passende arbeid tijdens re-integratie zonder deugdelijke grond
Appellant was sinds 2001 werkzaam bij de Kamer van Koophandel Rotterdam en viel in mei 2008 uit wegens ziekte. Na een rugoperatie en een periode van re-integratie, waarbij een medische commissie vaststelde dat appellant belastbaar was voor aangepast werk, hervatte hij zijn werkzaamheden gedeeltelijk. Echter, na een korte periode viel appellant opnieuw uit en weigerde hij de aangeboden werkzaamheden te hervatten.
Het bestuur gaf appellant een dienstopdracht om vanaf 3 februari 2010 het werk te hervatten, waarbij werd gewaarschuwd voor mogelijke ontslagmaatregelen bij niet-naleving. Appellant meldde zich ziek met verwijzing naar gezondheidsklachten, maar kon dit niet onderbouwen met actuele medische verklaringen. Het UWV gaf aan dat een nieuw deskundigenoordeel niet mogelijk was.
De Raad oordeelde dat de aangeboden werkzaamheden niet te belastend waren en dat appellant zonder deugdelijke grond weigerde te werken. Ook het verzoek om mediation werd afgewezen omdat partijen vrij zijn hierin al dan niet mee te werken. Het ontslag op grond van artikel 98b ARAR werd bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het ontslag van appellant wegens weigering passende arbeid zonder deugdelijke grond wordt bevestigd.