ECLI:NL:CRVB:2013:1600
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging tenuitvoerlegging voorwaardelijk strafontslag wegens plichtsverzuim ambtenaar Belastingdienst
Appellante was sinds 1993 werkzaam bij de Belastingdienst en kreeg in 2008 een schriftelijke berisping wegens driemaal loonbeslag vanwege niet nagekomen financiële verplichtingen. In december 2010 werd een voorwaardelijk strafontslag opgelegd na een vierde loonbeslag, met een proeftijd van twee jaar waarin geen soortgelijk plichtsverzuim mocht plaatsvinden.
In mei 2011 werd opnieuw beslag gelegd op het loon van appellante vanwege niet betaalde boetes aan het CJIB, zonder dat zij dit meldde aan haar leidinggevende. Na een gesprek en het horen van haar zienswijze legde de staatssecretaris het strafontslag definitief ten uitvoer. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het plichtsverzuim van appellante de tenuitvoerlegging van het strafontslag rechtvaardigt. De Raad wijst erop dat van ambtenaren bij de Belastingdienst mag worden verlangd dat zij hun financiële verplichtingen stipt nakomen, omdat financiële problemen een integriteitsrisico vormen. Persoonlijke omstandigheden van appellante vormen geen bijzondere reden om af te zien van tenuitvoerlegging.
De Raad bevestigt daarmee het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim.