ECLI:NL:CRVB:2013:1634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging eigen bijdrage AWBZ met terugwerkende kracht voor verblijf in zorginstelling
Appellant, geboren in 1989, ontvangt een Wajong-uitkering en verblijft sinds 18 augustus 2008 vijf dagen per week in Werkenrode, een AWBZ-instelling. Het CAK stelde bij besluit van 22 juni 2009 de eigen bijdrage voor het verblijf vast met terugwerkende kracht vanaf 18 augustus 2008. Na bezwaar stelde het CAK de bijdrage voor de periode van september tot en met december 2008 naar beneden bij, maar verklaarde het bezwaar voor het overige ongegrond.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond en oordeelde dat de AWBZ en het Bijdragebesluit zorg geen termijn bevatten waarbinnen de eigen bijdrage moet worden vastgesteld, noch ruimte bieden voor matiging of kwijtschelding. Het tijdsverloop van ongeveer tien maanden tussen aanvang verblijf en vaststelling was geen reden om het besluit aan te tasten. Appellant had redelijkerwijs moeten begrijpen dat een eigen bijdrage verschuldigd was en had zich hierover moeten informeren.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het rechtszekerheidsbeginsel zich tegen terugwerkende kracht verzet. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en vond geen grond voor een ander oordeel. Ook de rol van de voormalige school bij de indicatiestelling deed hier niet aan af. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de eigen bijdrage AWBZ met terugwerkende kracht mag worden opgelegd en verklaart het hoger beroep ongegrond.