ECLI:NL:CRVB:2013:1677
Centrale Raad van Beroep
- Schadevergoedingsuitspraak
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoekers hebben hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Maastricht in een bestuursrechtelijke zaak over de Wet werk en bijstand. De procedure duurde langer dan vier jaar, waarbij de Raad op 8 januari 2013 vaststelde dat de redelijke termijn in de rechterlijke fase was overschreden. De Staat erkende een overschrijding van drie maanden en bood een schadevergoeding van €500 per betrokkene aan, onder de voorwaarde dat het hoger beroep werd ingetrokken.
Verzoekers betwistten dat het bedrag passend was, omdat de procedure nog niet was afgerond door een nieuw besluit op bezwaar en een daaropvolgend beroep. De Raad beoordeelde dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel niet langer dan vier jaar mag duren en dat in deze zaak de overschrijding gerechtvaardigd was vastgesteld op ruim drie maanden.
De Raad oordeelde dat een vergoeding van €500 per half jaar overschrijding passend is en dat verzoekers geen bijzondere omstandigheden hadden aangevoerd om hiervan af te wijken. De Staat werd veroordeeld tot betaling van €500 aan ieder van de verzoekers en tot vergoeding van proceskosten van €236. Verzoekers wordt de mogelijkheid geboden om in een nieuwe procedure aanvullende schadevergoeding te vorderen voor de vervolgprocedure.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding aan ieder van de verzoekers en vergoeding van proceskosten van €236.