ECLI:NL:CRVB:2013:1693
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij schorsing Ziektewet-uitkering wegens niet verschijnen spreekuur
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewet-uitkering te schorsen wegens het niet verschijnen op een spreekuur van een verzekeringsarts. De voorzieningenrechter van de rechtbank had het beroep tegen dit besluit ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
In hoger beroep heeft verzoeker opnieuw gevraagd om schorsing van het besluit tot de bodemprocedure is afgerond, stellende dat hij door de schorsing in financiële problemen is gekomen, met dreiging van ontruiming en onvermogen om zijn gezin te onderhouden.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend financieel belang. Er zijn geen stukken overgelegd ter onderbouwing van de financiële noodsituatie. Ook is geen zwaarwegend belang gebleken dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend financieel belang.