ECLI:NL:CRVB:2013:1708
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- M. Hillen
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering ouderdomspensioen en nabestaandenuitkering wegens gezamenlijke huishouding
Appellant en appellante ontvingen respectievelijk ouderdomspensioen en nabestaandenuitkering. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde na een onderzoek vast dat zij vanaf 1 juli 2008 een gezamenlijke huishouding voerden en herzag daarom de uitkeringen. De Svb vorderde terugbetalingen van te veel ontvangen bedragen.
Appellanten voerden aan dat de verklaring van appellant onder druk was afgelegd en dat zij niet gezamenlijk woonden of zorg droegen voor elkaar. De Raad oordeelde dat de verklaring rechtsgeldig was, gelet op de correcte procedure en het ontbreken van bewijs van druk. Objectieve feiten, zoals verklaringen van buurtbewoners en het ontbreken van een eigen woning van appellant, ondersteunden het gezamenlijke hoofdverblijf.
Verder stelde de Raad vast dat sprake was van wederzijdse zorg, niet slechts incidentele vriendendiensten, onder meer door gezamenlijke boodschappen, hulp in het huishouden en financiële verstrengeling. De Svb handelde terecht door de uitkeringen te herzien en terug te vorderen. De hoger beroepen van appellanten werden ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraken bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening en terugvordering van de uitkeringen wegens gezamenlijke huishouding vanaf 1 juli 2008.