ECLI:NL:CRVB:2013:1712
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag gesloten buitenwagen op grond van Wmo wegens voldoende compensatie met scootmobiel en collectief vervoer
Appellante, beperkt in mobiliteit door een pulmonale aandoening, vroeg het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam om een vervoersvoorziening in de vorm van een gesloten buitenwagen op grond van de Wmo. Het college wees dit af, stellende dat zij voldoende gecompenseerd werd met een eerder toegekende scootmobiel en aanvullend openbaar vervoer (AOV) deur tot deur plus.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel in hoger beroep. De Raad oordeelde dat het toetsingskader juist was toegepast, namelijk of appellante voldoende gecompenseerd werd met de toegekende voorzieningen. Medische adviezen, waaronder die van het CIZ en de behandelend longarts, ondersteunden het standpunt dat een gesloten buitenwagen niet noodzakelijk was.
De Raad heropende het onderzoek naar de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn van de procedure. Geconstateerd werd dat de totale duur van de procedure ruim vier jaar bedroeg, waarbij de rechterlijke fase meer dan drieënhalf jaar duurde, wat aanleiding gaf tot het vermoeden van termijnoverschrijding. De Raad besloot het onderzoek te heropenen en de Staat der Nederlanden als partij aan te merken voor de schaderegeling.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter H.J. de Mooij en leden W.H. Bel en G. van Zeben-de Vries op 4 september 2013.
Uitkomst: De aanvraag voor een gesloten buitenwagen wordt afgewezen omdat appellante voldoende gecompenseerd wordt met een scootmobiel en AOV deur tot deur plus vervoer.