ECLI:NL:CRVB:2013:1747

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
12 september 2013
Publicatiedatum
12 september 2013
Zaaknummer
13-2326 AW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R. Kooper
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:55 AwbArt. 8:104 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onbevoegdverklaring hoger beroep tegen uitspraak rechtbank Oost-Brabant

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 maart 2013. Deze uitspraak betrof het verzet van appellant tegen een eerdere uitspraak van 19 november 2012. Volgens de Centrale Raad van Beroep betreft het een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), waartegen geen hoger beroep mogelijk is.

De Raad stelt vast dat ook het beoogde hoger beroep tegen de uitspraak van 19 november 2012 niet ontvankelijk is vanwege het appèl-verbod in artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb. Er zijn geen gronden aangevoerd om aan deze appèl-verboden voorbij te gaan, waardoor de Raad kennelijk onbevoegd is om kennis te nemen van het hoger beroep.

De Raad besluit zonder verder onderzoek en zonder proceskostenveroordeling de onbevoegdverklaring uit te spreken. De uitspraak is gedaan door R. Kooper, in aanwezigheid van griffier E. Blijleven-de Vries, en uitgesproken op 12 september 2013.

Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het hoger beroep wegens appèl-verboden in de Awb.

Uitspraak

13/2326 AW
Datum uitspraak: 12 september 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikelen 8:54 en 8:108 van de Algemene wet bestuursrecht in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 25 maart 2013, 12/2756 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Veghel

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld.

OVERWEGINGEN

Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank beslist op het verzet van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank van 19 november 2012, 12/2756. Dit is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De aangevallen uitspraak is daarmee een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb.
In artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb is bepaald dat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb geen hoger beroep kan worden ingesteld.
Voor zover appellant tevens heeft beoogd hoger beroep in te stellen tegen de uitspraak van
19 november 2012, stuit dit (reeds) af op het bepaalde in (thans) artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb. In hetgeen door appellant is aangevoerd is geen grond gelegen om aan deze appèl-verboden voorbij te gaan. De Raad is dan ook kennelijk onbevoegd om van het door appellant ingestelde hoger beroep kennis te nemen, zodat zonder verder onderzoek kan worden beslist.
Voor een proceskostenveroordeling is geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart zich onbevoegd.
Deze uitspraak is gedaan door R. Kooper, in tegenwoordigheid van E. Blijleven-de Vries als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 12 september 2013.
(getekend) R. Kooper
(getekend) E. Blijleven-de Vries
Tegen deze uitspraak kunnen een belanghebbende en het bestuursorgaan binnen zes weken na de verzending van het afschrift van deze uitspraak schriftelijk verzet doen bij de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA UTRECHT. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld te worden gehoord.

EH