Uitspraak
Appellant is niet verschenen. Cvz zich heeft laten vertegenwoordigen door mr. K. Siemeling.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, woonachtig in Duitsland en pensioenontvanger uit Nederland, werd door het College voor zorgverzekeringen (Cvz) een buitenlandbijdrage Zvw opgelegd over 2006. Cvz stelde deze bijdrage definitief vast in 2010, waarbij appellant bezwaar maakte tegen de vaststelling en de termijnoverschrijding betwistte.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant in hoger beroep ging. Hij voerde aan dat hij niet tijdig was geïnformeerd over de Zvw en dat de termijn voor vaststelling van de bijdrage was overschreden, waardoor het besluit onrechtmatig zou zijn.
De Raad oordeelde dat de bevoegdheid van Cvz om de buitenlandbijdrage te heffen niet vervalt door de overschrijding van de termijn zoals genoemd in de Regeling, omdat deze termijn geen verjaringstermijn inhoudt. Daarnaast was appellant volgens de Raad begin 2006 geïnformeerd en had hij de inkomensopgave ingevuld, waardoor eventuele onduidelijkheid niet tot het niet opleggen van de bijdrage leidt.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de buitenlandbijdrage Zvw over 2006 blijft onverminderd van kracht.