ECLI:NL:CRVB:2013:1793
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening vervoersvoorziening Wmo
Verzoekster heeft bij het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw een aanvraag ingediend voor een vervoersvoorziening op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Het college wees deze aanvraag bij besluit van 17 november 2011 af. Verzoekster maakte bezwaar tegen dit besluit, maar het college verklaarde het bezwaar bij besluit van 4 juni 2012 ongegrond. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van verzoekster tegen het bestreden besluit gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat het college ter zitting voldoende inzicht had gegeven.
Tegen deze uitspraak stelde verzoekster hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep en verzocht tevens om een voorlopige voorziening. Zij stelde een spoedeisend belang bij de toekenning van de vervoersvoorziening vanwege een verslechterende gezondheidstoestand. De voorzieningenrechter overwoog dat de mogelijkheid tot het treffen van een voorlopige voorziening niet bedoeld is om de bodemprocedure te kortsluiten.
De voorzieningenrechter concludeerde dat verzoekster geen concrete medische gegevens had overgelegd die het acute karakter van haar situatie aannemelijk maken. Hierdoor was geen sprake van een zodanig zwaarwegend belang dat de behandeling van het hoger beroep niet kon worden afgewacht. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskosten of griffierecht.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening voor een vervoersvoorziening op grond van de Wmo wordt afgewezen wegens ontbreken van een spoedeisend belang.