ECLI:NL:CRVB:2013:1809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Wmo-verzoeken na verhuizing naar niet-passende woning zonder toestemming
Appellante, die last heeft van gevoelstoornissen in haar benen, verhuisde in februari 2010 zonder voorafgaande toestemming van een passende benedenwoning naar een etagewoning die niet was aangepast aan haar beperkingen. Zij had een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in verhuiskosten en een traplift, welke door het college werden afgewezen op grond van de Verordening individuele voorzieningen voor maatschappelijke ondersteuning gemeente Den Haag 2009.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit omdat het college niet had onderzocht of de hardheidsclausule toegepast kon worden, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellante voerde in hoger beroep aan dat zij psychische klachten had door eerdere inbraken en dat zij langdurig had gezocht naar een passende woning, waarbij het vooraf vragen van toestemming niet mogelijk was vanwege de snelle reactie die vereist was bij woningaanbod.
De Raad onderschreef de rechtbank en oordeelde dat het college terecht de gevraagde voorzieningen kon weigeren omdat appellante verhuisde naar een niet-passende woning zonder toestemming. De langdurige zoektocht was niet uitzonderlijk en er was geen noodzaak om de hardheidsclausule toe te passen. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de Wmo-verzoeken wordt bevestigd.