ECLI:NL:CRVB:2013:1894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding bij bijstandsverlening
Appellant had bijstand toegekend gekregen bij besluit van 27 april 2011, maar het college verklaarde het bezwaar tegen dit besluit niet-ontvankelijk vanwege overschrijding van de wettelijke termijn van zes weken. Appellant stelde dat hij reeds op 26 mei 2011 bezwaar had gemaakt, maar kon dit niet aannemelijk maken omdat het college deze brief niet in het dossier had en appellant hierover ook niet had gereageerd in latere correspondentie.
Daarnaast bracht appellant naar voren dat hij door PTSS-symptomen niet in staat was tijdig bezwaar te maken. De Raad oordeelde echter dat uit de medische verklaring niet bleek dat appellant gedurende de gehele bezwaartermijn niet kon handelen. Omdat appellant op het moment van de vermeende eerste brief wel op de hoogte was van het besluit, was er geen reden voor het college om het bezwaar niet-ontvankelijk te verklaren.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank Groningen die het beroep ongegrond verklaarde. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bijstandsbesluit is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening zonder verschoonbare reden.