ECLI:NL:CRVB:2013:1900
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontvangt sinds maart 2008 bijstand op grond van de WWB. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam verzocht appellant op 21 juni 2011 om diverse gegevens en bewijsstukken te overleggen, waaronder adresgegevens van een vriendin en bankafschriften over een specifieke periode. Appellant verscheen niet met alle gevraagde stukken, waarop het college het recht op bijstand opschortte en later introk.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant onder meer dat de gevraagde adresgegevens niet relevant waren en dat het college ten onrechte geen rekening hield met stukken die hij later in de bezwaarfase aanbood. De Raad oordeelde dat de adresgegevens relevant waren vanwege de financiële transacties tussen appellant en de vriendin en het verblijf van appellant in die plaats.
Verder stelde de Raad dat het vaste rechtspraak is dat stukken die pas in de bezwaarfase worden overgelegd, in dit soort zaken geen doorslaggevende betekenis hebben. Ook was appellant verwijtbaar in het niet verstrekken van de stukken, ondanks het expliciete verzoek. Daarom was het college bevoegd om het recht op bijstand op te schorten en vervolgens in te trekken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens niet verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.