ECLI:NL:CRVB:2013:1931
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- K. Wentholt
- B.W.N. de Waard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 1995 een WAO-uitkering wegens een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na een herbeoordeling door het UWV in 2009, waarbij medische onderzoeken en een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werden opgesteld, concludeerde het UWV dat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Op basis hiervan werd haar uitkering per 31 mei 2010 ingetrokken.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat haar klachten onvoldoende waren meegenomen, met name haar psychische aandoeningen en handklachten. Zowel de primaire verzekeringsarts als de bezwaarverzekeringsarts bevestigden echter de beperkingen in de FML. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld en de beperkingen juist had vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat de ernst van haar klachten onvoldoende was meegewogen en dat de geselecteerde functies niet geschikt waren. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de medische informatie volledig was betrokken, dat er geen nieuwe medische gegevens waren ingebracht en dat de belastbaarheid in de geselecteerde functies niet werd overschreden. De Raad bevestigde daarom het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering.
De Raad zag geen aanleiding tot het benoemen van een deskundige en wees de proceskosten af. Hiermee is het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bekrachtigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAO-uitkering wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.