ECLI:NL:CRVB:2013:1955
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant ontvangt sinds 2004 bijstand en is vanaf juni 2010 werkzaam bij een tweede werkgever waarvan hij inkomsten ontving die hij niet heeft gemeld aan de Dienst Werk en Inkomen (DWI). Het college heeft daarom de bijstand herzien en teruggevorderd. De rechtbank had het beroep deels gegrond verklaard voor een latere periode. In hoger beroep is het geschil beperkt tot de terugvordering over de periode van 14 juni 2010 tot 30 november 2010.
Appellant stelde dat hij de inkomsten tijdig had gemeld en loonstroken maandelijks had ingediend, maar kon dit niet met objectief bewijs onderbouwen. De Raad oordeelde dat de bewijslast bij appellant lag en dat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij de loonstroken had ingediend. Er waren geen dringende redenen of bijzondere omstandigheden om van terugvordering af te zien.
De Raad verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde het besluit van het college tot terugvordering van de bijstand over de betreffende periode. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand wordt bevestigd.