ECLI:NL:CRVB:2013:2007
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R. Kooper
- G.P.A.M. Garvelink-Jonkers
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ongeschiktheid voor ambt na onvoldoende onderbouwd psychiatrisch onderzoek
Betrokkene werd ontslagen wegens ongeschiktheid voor zijn ambt, gebaseerd op een gebrek aan integriteitsbesef. De rechtbank stelde vast dat onvoldoende duidelijkheid bestond over de rol van een psychische aandoening bij dit tekortschieten en beval een onafhankelijk psychiatrisch onderzoek.
De minister schakelde hiertoe het bureau HSK in, maar betrokkene weigerde medewerking aan het rapport van HSK omdat dit niet door een psychiater was uitgevoerd. Dit leidde tot een procedurele impasse, waarvoor de minister verantwoordelijk werd gehouden.
Een nieuw psychiatrisch rapport van het PEC gaf diagnoses, maar liet het causale verband met de gedragingen die tot ontslag leidden onduidelijk. De minister baseerde daarop een besluit dat onvoldoende zorgvuldig en gemotiveerd was volgens de Raad.
De Raad draagt de minister op het gebrek te herstellen door een nieuw besluit te nemen na beantwoording van de causale vraag door de psychiater. Tevens zal de Raad bij de einduitspraak beslissen over een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Uitkomst: De minister wordt opgedragen het besluit te herstellen door een nieuw besluit te nemen na beantwoording van het causale verband door de psychiater.