ECLI:NL:CRVB:2013:2045
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens inschrijving meerderjarige zoon
Appellant ontvangt bijstand sinds 2004 en meldde in juni 2010 dat zijn zoon sinds vier maanden niet meer bij hem woonde. Uit de GBA bleek echter dat de zoon van oktober 2009 tot juni 2010 op het adres van appellant stond ingeschreven en daarna emigreerde.
Het college herzag de bijstand over de periode oktober 2009 tot mei 2010 en vorderde €983,72 terug wegens een verlaging van 10% op de uitkering omdat de zoon bij hem woonde. Appellant voerde aan niet op de hoogte te zijn van de inschrijving en dat zijn zoon niet feitelijk bij hem verbleef.
De Raad oordeelde dat de inschrijving alleen met toestemming van de ouders kon plaatsvinden en dat de zoon ook feitelijk bij appellant woonde, zoals door appellant zelf was gemeld. Poststukken van het college aan de zoon werden naar het adres van appellant gestuurd en niet retour ontvangen. Het college was bevoegd de bijstand te herzien en terug te vorderen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening en terugvordering van bijstand wegens inschrijving en feitelijke inwoning van de zoon op het adres van appellant worden bevestigd.