ECLI:NL:CRVB:2013:2046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens verzwegen bankrekeningen en niet verstrekken gegevens
Appellante en haar partner ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Tijdens een heronderzoek verzocht het college hen om afschriften van al hun bankrekeningen over een bepaalde periode, maar zij leverden niet alle gevraagde gegevens aan. Het college stelde vast dat meerdere bankrekeningen waren verzwegen en gaf een hersteltermijn, waarna de bijstand werd opgeschort en later ingetrokken. Tevens werd de bijstand over een langere periode teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dat appellante niet tijdig en volledig aan haar informatieplicht had voldaan. Het college had terecht gebruik gemaakt van haar bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand op grond van artikel 54, vierde lid, WWB, en de terugvordering van de kosten.
De Raad oordeelde dat het college gerechtigd was om bankafschriften over een langere periode op te vragen vanwege twijfels over de volledigheid van de verstrekte gegevens. Appellante had geen volledige inzage gegeven, ook niet in hoger beroep, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.