ECLI:NL:CRVB:2013:2101
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij beëindiging Ziektewetuitkering wegens arbeidsgeschiktheid
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om zijn Ziektewetuitkering te beëindigen per 5 november 2012, omdat hij vanaf die datum geschikt werd geacht voor arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij het medische onderzoek van de verzekeringsartsen als zorgvuldig werd beoordeeld.
In hoger beroep verzocht verzoeker om een voorlopige voorziening om het besluit te vernietigen en te bepalen dat hij per datum ziekmelding arbeidsongeschikt moet worden geacht. De voorzieningenrechter heeft het verzoek afgewezen omdat verzoeker niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van een spoedeisend belang, met name op financieel gebied.
Er zijn geen stukken overgelegd die een urgente financiële noodsituatie aantonen en er is geen zwaarwegend belang gebleken dat het wachten op de bodemprocedure onaanvaardbaar maakt. De voorzieningenrechter concludeert dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kan worden toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.