ECLI:NL:CRVB:2013:2130

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 oktober 2013
Publicatiedatum
22 oktober 2013
Zaaknummer
12-3375 WWB
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.F. Bandringa
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:4 AwbWet werk en bijstand
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Weigering bijzondere bijstand voor vervanging bankstel wegens ontbreken bijzondere omstandigheden

Appellant verzocht om bijzondere bijstand voor de vervanging van zijn bankstel, maar het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat de kosten voortvloeiden uit bijzondere omstandigheden.

De rechtbank onderschreef dit standpunt en verklaarde het bezwaar ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat hij onvoldoende middelen had om de kosten te voldoen en dat sparen of gespreide betaling in de praktijk niet haalbaar is. Tevens betoogde hij dat het college geen belangenafweging had gemaakt en dat hij onevenredig hard getroffen werd.

De Raad overwoog dat vervangingskosten van een bankstel tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten behoren en in beginsel uit het inkomen moeten worden betaald, ook bij een inkomen op bijstandsniveau. Bijzondere bijstand wordt alleen verleend als bijzondere omstandigheden aantoonbaar maken dat betaling uit het inkomen niet mogelijk is.

De Raad vond dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden aanwezig waren. Mogelijkheden als het afsluiten van een lening of gespreide betaling bleken niet uitgesloten. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijzondere bijstand bevestigd.

Uitspraak

12/3375 WWB
Datum uitspraak: 22 oktober 2013
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van
8 mei 2012, 11/5570 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [wooplaats](appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam[wooplaats](college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. R. Shahbazi, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Desgevraagd heeft mr. Shahbazi toegelicht dat het hoger beroep geen betrekking heeft op de bijzondere bijstand voor de kosten van rechtsbijstand.
De zaak is ter behandeling aan de orde gesteld ter zitting van 10 september 2013, waar partijen, zoals tevoren bericht, niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant heeft op 8 maart 2011 onder meer een aanvraag ingediend om bijzondere bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de kosten voor de vervanging van zijn bankstel voor een bedrag van € 1.157,-.
1.2.
Bij besluit van 23 mei 2011 heeft het college appellants aanvraag om bijzondere bijstand afgewezen.
1.3.
Bij besluit van 14 oktober 2011 (bestreden besluit) heeft het college, beslissend op bezwaar, zijn besluit van 23 mei 2011 gehandhaafd. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat niet gebleken is dat de kosten van vervanging van het bankstel van appellant voortvloeien uit bijzondere omstandigheden.
2.
Bij de aangevallen uitspraak, voor zover hier van belang, heeft de rechtbank het standpunt van het college onderschreven dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheden.
3.
Appellant heeft zich in hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak gekeerd. Appellant meent dat hij er niet op bedacht hoefde te zijn dat de levensduur van het bankstel korter was dan gebruikelijk. Bovendien beschikt appellant over onvoldoende middelen om zelf de kosten te voldoen. Appellant heeft zich voorts op het standpunt gesteld dat de theoretische uitgangspunten omtrent de mogelijkheid om te sparen en hiervoor ook voldoende middelen beschikbaar te hebben haaks staan op de praktijk. De praktijk wijst volgens appellant ondubbelzinnig uit dat het onmogelijk is om te sparen of te reserveren. Gespreide betaling achteraf is voor appellant geen optie, omdat het een feit van algemene bekendheid is dat dit gepaard gaat met een torenhoge rentecomponent. Tot slot heeft appellant betoogd dat uit de stukken niet blijkt dat het college de in artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht bedoelde belangenafweging heeft gemaakt en dat hij onevenredig hard zou worden getroffen, indien hij zelf voor de aanschaf van een bankstel zorg moet dragen.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Voor het hier van toepassing zijnde wettelijk kader wordt verwezen naar de aangevallen uitspraak.
4.2.
De kosten van een bankstel waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd, worden volgens vaste rechtspraak (CRvB 19 maart 2013, ECLI:NL:CRVB:2013:BZ4769) gerekend tot de incidenteel voorkomende algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan. Die kosten moeten in beginsel worden bestreden uit het inkomen, ook als dat een inkomen is op bijstandsniveau, hetzij door middel van reservering, hetzij door middel van gespreide betaling achteraf. Daarvoor wordt alleen bijzondere bijstand verleend als de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, die ertoe leiden dat die kosten niet uit het inkomen op bijstandsniveau en de aanwezige draagkracht kunnen worden voldaan.
4.3.
De rechtbank heeft het college terecht gevolgd in zijn standpunt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Dat de levensduur van het bankstel mogelijk korter was dan mocht worden verwacht, wat hier verder ook van zij, doet er niet aan af dat deze kosten in beginsel uit het inkomen moet worden bestreden. Indien de vervangingskosten niet vanuit het inkomen kunnen worden opgevangen, nog daargelaten dat deze stelling door appellant op geen enkele wijze is onderbouwd, behoort het afsluiten van een lening - bijvoorbeeld bij de Gemeentelijke Kredietbank [wooplaats]- tot de mogelijkheden. Niet is gebleken dat appellant niet voor een dergelijke lening in aanmerking komt. Bovendien bestaat nog de mogelijkheid van gespreide betaling. Dat appellant dit zelf niet als een optie ziet, vanwege de rente die verschuldigd is bij gespreide betaling achteraf, doet er niet aan af dat hij van deze financieringsmogelijkheid mogelijk gebruik kan maken.
4.4.
Het standpunt van appellant dat hij onevenredig hard wordt getroffen door het afwijzende besluit omdat hij op grond daarvan de duurzame gebruiksgoederen zelf moet betalen terwijl hij van bijstand moet rondkomen, wordt onder verwijzing naar 4.2 en 4.3 niet onderschreven.
4.5.
Hetgeen onder 4.1 tot en met 4.4 is overwogen voert tot de conclusie dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd voor zover aangevochten.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
Bevestigt de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door J.F. Bandringa, in tegenwoordigheid van I.J. Penning als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 22 oktober 2013.
(getekend) J.F. Bandringa
(getekend) I.J. Penning
JvC