ECLI:NL:CRVB:2013:2136
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onvolledige vermogensinformatie
Appellante ontving sinds 2000 bijstand als alleenstaande ouder. Het college trok de bijstand in per 1 juni 2010 nadat uit onderzoek bleek dat appellante eigenaar was van onroerend goed in Marokko met een waarde van circa €71.670, wat het vrij te laten vermogen overschreed. Appellante had dit niet volledig gemeld.
Na intrekking diende appellante een nieuwe aanvraag in, die werd afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde het college dat het recht op bijstand ten tijde in geding wel was vast te stellen, namelijk nihil, waardoor het besluit tot intrekking vernietigd moest worden wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro.
De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door het niet melden van het onroerend goed. De waarde van het onroerend goed vormde een beletsel voor bijstand. De vernietiging van het besluit was daarom formeel noodzakelijk, maar de rechtsgevolgen konden in stand blijven. Ook de afwijzing van de nieuwe aanvraag bleef gehandhaafd omdat geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
De Raad veroordeelde het college in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het betaalde griffierecht werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.