ECLI:NL:CRVB:2013:2140

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
16 oktober 2013
Publicatiedatum
22 oktober 2013
Zaaknummer
12-5385 ZW
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Ch. van Voorst
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:73a AwbArt. 8:75a AwbArt. 21 Beroepswet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding wettelijke rente en proceskosten na intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellante heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam inzake een uitkeringszaak tegen het UWV. Tijdens de procedure heeft het UWV op 12 april 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen waarin het geheel tegemoet is gekomen aan de bezwaren van appellante. Vervolgens heeft appellante het hoger beroep ingetrokken en verzocht om het UWV te veroordelen tot betaling van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en tot vergoeding van de in hoger beroep gemaakte proceskosten.

De Centrale Raad van Beroep heeft op grond van artikel 8:73a en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 21 van Pro de Beroepswet geoordeeld dat het UWV aan het verzoek van appellante moet voldoen. Het UWV moet de wettelijke rente berekenen conform de eerdere uitspraak van 25 januari 2012 (ECLI:NL:CRVB:BV1958). Daarnaast is het UWV veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellante, begroot op €1461,76, bestaande uit kosten voor rechtsbijstand en medische informatie.

De Raad heeft het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en de procedure gesloten. Voor het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het UWV wenden. De uitspraak is op 16 oktober 2013 in het openbaar gedaan door voorzitter Ch. van Voorst.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Datum uitspraak: 16 oktober 2013
12/5385 ZW
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 augustus 2012, 12/883 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat, hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Het Uwv heeft op 12 april 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 13 mei 2013 heeft mr. de Jonge namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten en de wettelijke rente.
Het Uwv heeft geen verweerschrift ingediend.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:73a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:73 van Pro de Awb kan worden veroordeeld tot vergoeding van de schade die de verzoeker lijdt.
Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Awb bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep. Het Uwv is met het nieuwe besluit van 12 april 2013 geheel aan de bezwaren van appellante tegemoet gekomen.
Het verzoek van appellant om het Uwv te veroordelen tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering wordt toegewezen. Voor de wijze waarop het Uwv de rente dient te berekenen wordt verwezen naar de uitspraak van 25 januari 2012, ECLI:NL:CRVB:BV1958.
Aanleiding bestaat om het Uwv te veroordelen in de in hoger beroep gemaakte proceskosten. Deze kosten worden begroot op € 1416,- voor verleende rechtsbijstand en met betrekking tot de vordering van de kosten ter hoogte van € 45,76 inzake medische informatie van behandelaars, in totaal € 1461,76.
Voor vergoeding van het in beroep en in hoger beroep betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep
  • veroordeelt het Uwv tot vergoeding van wettelijke rente als hiervoor aangegeven;
  • veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1461,76.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst , in tegenwoordigheid van G.J. van Gendt als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 16 oktober 2013.
(getekend) Ch. van Voorst
(getekend) G.J. van Gendt
IvR