ECLI:NL:CRVB:2013:2200

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
23 oktober 2013
Publicatiedatum
25 oktober 2013
Zaaknummer
11-5190 AWBZ
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • G.M.T. Berkel-Kikkert
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling in proceskosten door bestuursorgaan

De Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Groningen, maar dit hoger beroep vervolgens ingetrokken. Namens de betrokkene is verzocht om veroordeling van appellant in de proceskosten die in hoger beroep zijn gemaakt.

De Raad heeft met toestemming van partijen het onderzoek ter zitting achterwege gelaten en het dossier gesloten. Op grond van artikel 21a van de Beroepswet en artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan bij intrekking van het hoger beroep het bestuursorgaan op verzoek worden veroordeeld in de proceskosten.

De Raad constateert dat de rechtbank in eerste aanleg al een veroordeling in proceskosten en griffierecht heeft uitgesproken, zodat nu alleen de in hoger beroep gemaakte proceskosten aan de orde zijn. De Raad veroordeelt appellant tot betaling van € 708,- aan proceskosten voor verleende rechtshulp in hoger beroep.

De uitspraak is gedaan door rechter G.M.T. Berkel-Kikkert, in aanwezigheid van griffier H.J. Dekker, en is openbaar uitgesproken op 23 oktober 2013.

Uitkomst: Appellant wordt veroordeeld tot betaling van € 708,- aan proceskosten voor verleende rechtshulp in hoger beroep.

Uitspraak

Datum uitspraak: 23 oktober 2013
11/5190 AWBZ, 12/2273 AWBZ
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Groningen van 28 juli 2011, 10/1171 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
Stichting Centrum Indicatiestelling Zorg (appellant)
[Betrokkene] te [woonplaats] (betrokkene)

PROCESVERLOOP

Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen de aangevallen uitspraak.
Bij brief van 6 augustus 2013 heeft appellant het hoger beroep ingetrokken.
Bij brief van 13 augustus 2013 heeft mr. L.J. van der Veen, advocaat, namens betrokkene aan de Raad verzocht appellant te veroordelen in de proceskosten.
Appellant heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
De Raad stelt vast dat appellant het hoger beroep heeft ingetrokken en dat namens betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten van betrokkene is gedaan.
Aangezien de rechtbank al een veroordeling in de proceskosten en het griffierecht in eerste aanleg heeft uitgesproken, moet de Raad nog slechts beslissen over de in hoger beroep gemaakte proceskosten.
De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de kosten die betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 708,- voor verleende rechtshulp in hoger beroep.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt appellant in de kosten van betrokkene tot een bedrag van € 708,-.
Deze uitspraak is gedaan door G.M.T. Berkel-Kikkert, in tegenwoordigheid van H.J. Dekker als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 23 oktober 2013.
(getekend) G.M.T. Berkel-Kikkert
(getekend) H.J. Dekker
JvC