ECLI:NL:CRVB:2013:2225
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving bijstand sinds 6 januari 2010, maar een onderzoek door de sociale recherche bracht aan het licht dat zij tot 1 april 2010 eigenaresse was van een restaurant, wat zij niet volledig had gemeld. Zij had het college wel gemeld dat zij een restaurant bezat, maar verzweeg dat zij tot 1 april 2010 nog de eigenaresse was en overhandigde valselijk opgemaakte documenten waarin stond dat zij het restaurant per 1 februari 2010 had verkocht en dat de nieuwe eigenaar het vanaf 6 januari 2010 runde.
Het college trok de bijstand over de periode 6 januari tot en met 31 maart 2010 in en vorderde de kosten van bijstand terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat zij geen zelfstandige was en dat zij haar consulent had geïnformeerd over het restaurant. Zij stelde dat zij alleen verlies leed en daarom haar inkomstenformulieren juist had ingevuld.
De Raad stelde vast dat appellante valselijk had verklaard het restaurant te hebben verkocht en dat zij de op haar rustende inlichtingenverplichting had geschonden door het eigenaarschap te verzwijgen. Dit was van belang voor het recht op bijstand. De vraag of zij zelfstandige was, was voor de beoordeling van de schending van de inlichtingenverplichting niet relevant. Het hoger beroep werd verworpen en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.