ECLI:NL:CRVB:2013:2226
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onvoldoende inzicht financiële situatie
Appellanten hadden eerder bijstand ontvangen die door het college werd ingetrokken vanwege het niet melden van een onderneming en bankrekening in Marokko. Na een eerdere uitspraak waarbij de intrekking werd bevestigd, vroegen zij opnieuw bijstand aan, welke werd afgewezen omdat zij niet de benodigde financiële stukken over de onderneming hadden verstrekt.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelden appellanten dat zij voldoende bewijs hadden geleverd dat zij geen inkomsten uit de onderneming genoten en dat deze was beëindigd, onder meer met belastingaanslagen en een uittreksel van het handelsregister.
De Raad oordeelde dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid bij appellanten ligt en dat zij onvoldoende inzicht hadden gegeven in hun financiële situatie. Ondanks het beëindigen van de onderneming en het opheffen van de bankrekening, waren er aanwijzingen dat er wel degelijk inkomsten waren. De administratie van de onderneming werd niet overgelegd, ondanks herhaalde verzoeken, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Daarom werd de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd en de aangevallen uitspraak gehandhaafd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag voor bijstand werd afgewezen wegens onvoldoende inzicht in de financiële situatie en het niet aannemelijk maken van bijstandsbehoevendheid.