ECLI:NL:CRVB:2013:2228
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijzondere bijstand toeslag voormalig alleenstaande ouders
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder. Na het bereiken van de meerderjarigheid van haar jongste inwonende kind werd haar bijstand aangepast en later de toeslag beëindigd. Zij vroeg bijzondere bijstand aan voor een toeslag voor voormalig alleenstaande ouders, maar het college wees dit af omdat zij niet voldeed aan de gemeentelijke voorwaarden.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. Appellante stelde dat het beleid onredelijk werd toegepast in haar situatie, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het collegebeleid buitenwettelijk begunstigend beleid betreft dat slechts op consistentie wordt getoetst.
Omdat appellante niet betwistte dat het besluit conform het beleid was genomen, kon het beroep niet slagen. De Raad bevestigde daarom het vonnis van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor een toeslag voor voormalig alleenstaande ouders.