ECLI:NL:CRVB:2013:2256
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellant stopte met werken vanwege rug- en psychische klachten en vroeg een WIA-uitkering aan. Het UWV stelde bij besluit vast dat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt was, waardoor geen recht op uitkering ontstond. Appellant maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het medisch onderzoek, inclusief expertise van een neuroloog en psychiater, toereikend was. Er was geen reden om te twijfelen aan de vastgestelde belastbaarheid. De rechtbank vond ook dat de functies die appellant kon vervullen medisch geschikt waren.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn beperkingen werden onderschat, met name vanwege een diagnose van simulatie door een psychiater. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV. Het medisch onderzoek was zorgvuldig, en de diagnose simulatie was gebaseerd op meerdere aanwijzingen. Appellant leverde geen afzonderlijke grieven tegen de arbeidskundige beoordeling in.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het beroep af, zonder proceskosten toe te kennen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant geen recht heeft op WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid.