ECLI:NL:CRVB:2013:2279

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
1 november 2013
Publicatiedatum
1 november 2013
Zaaknummer
11-57 WIA
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • J.W. Schuttel
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 21 BeroepswetArtikel 1 Besluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
7 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep na tegemoetkoming UWV en proceskostenveroordeling

Appellante stelde hoger beroep in tegen een beslissing van het UWV, vertegenwoordigd door de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Tijdens de procedure werd het onderzoek heropend en een psychiater als deskundige benoemd, die een rapport uitbracht. Vervolgens nam het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar waarin het geheel aan de bezwaren van appellante tegemoetkwam.

Naar aanleiding hiervan trok appellante het hoger beroep in en verzocht de Raad het UWV te veroordelen in de proceskosten. Het UWV maakte geen gebruik van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen. De Raad bepaalde dat het onderzoek ter zitting achterwege bleef en sloot het onderzoek.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat op grond van de Algemene wet bestuursrecht en de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het beroep wegens tegemoetkoming aan de bezwaren kan worden veroordeeld in de proceskosten. De Raad veroordeelde het UWV tot betaling van €1.907,20 aan proceskosten voor verleende rechtsbijstand in beroep en hoger beroep en reiskosten. Kosten in bezwaar en griffierecht werden niet toegewezen.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van €1.907,20 aan proceskosten aan appellante na intrekking van het hoger beroep wegens tegemoetkoming aan bezwaren.

Uitspraak

Datum uitspraak: 1 november 2013
11/57 WIA
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 21 van Pro de Beroepswet in verband met het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 25 novemer 2010, 10/1824 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellante] te [woonplaats] (appellante)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)

PROCESVERLOOP

Namens appellante heeft mr. P. Hanenberg, advocaat, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 april 2012. Appellante is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. Hanenberg. Het Uwv is, met voorafgaand bericht, niet verschenen.
De Raad heeft het onderzoek heropend en een psychiater tot deskundige benoemd. Deze heeft op 19 december 2012 rapport uitgebracht.
Het Uwv heeft op 22 mei 2013 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen.
Bij brief van 30 mei 2013 heeft mr. Hanenberg namens appellante het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig aan de Raad verzocht het Uwv te veroordelen in de proceskosten.
Bij brief van 5 juni 2013 heeft het Uwv meegedeeld geen gebruik te maken van de gelegenheid een verweerschrift in te dienen.
Met toestemming van partijen heeft de Raad bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft, waarna het onderzoek is gesloten.

OVERWEGINGEN

Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspraak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld. Ingevolge artikel 21 van Pro de Beroepswet is deze bepaling van overeenkomstige toepassing op het hoger beroep.
De Raad stelt vast dat het hoger beroep is ingetrokken omdat het Uwv met het besluit van
22 mei 2013 geheel aan de bezwaren van appellante is tegemoetgekomen.
De Raad ziet aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De proceskosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), begroot op € 944,- voor verleende rechtsbijstand in beroep, € 944,- voor verleende rechtsbijstand in hoger beroep en € 19,20 aan reiskosten die appellante heeft gemaakt voor het bijwonen van de zitting bij de Raad.
Met betrekking tot het verzoek tot vergoeding van de kosten in bezwaar overweegt de Raad dat deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking komen. Artikel 1, aanhef en onder a, van het Bpb bepaalt dat een veroordeling in de kosten als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb uitsluitend betrekking kan hebben op de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Van dergelijke kosten is de Raad niet gebleken.
Voor vergoeding van het betaalde griffierecht kan appellante zich rechtstreeks tot het Uwv wenden.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep veroordeelt het Uwv in de kosten van appellante tot een bedrag van € 1.907,20.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel, in tegenwoordigheid van J.A. Achterberg als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 1 november 2013.
(getekend) J.W. Schuttel
(getekend) J.A. Achterberg

HD