Uitspraak
7 september 2010, 09/467, in het geding tussen betrokkene en de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank (Svb).
25 juli 2013 heeft betrokkene daarop gereageerd.
OVERWEGINGEN
25 juli 2013.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene stelde een verzoek tot schadevergoeding in wegens overschrijding van de redelijke termijn in een bestuursrechtelijke procedure bij de Sociale Verzekeringsbank. De procedure duurde ruim vier jaar en twee maanden, wat de redelijke termijn overschreed zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro.
De Staat erkende de overschrijding en stelde een vergoeding van €500 voor, berekend op basis van €500 per half jaar overschrijding. Betrokkene stemde in met dit voorstel. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat de duur van de procedure niet gerechtvaardigd was en dat de overschrijding beperkt bleef tot ruim twee maanden.
De Raad wees een schadevergoeding van €500 toe en zag geen aanleiding voor een hogere vergoeding of proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Venema op 30 oktober 2013.
Uitkomst: De Staat wordt veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.