ECLI:NL:CRVB:2013:2339
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Weigering Wubo-uitkering wegens ontbreken blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1942 in Nederlands-Indië, vroeg een Wubo-uitkering aan wegens gedwongen verblijf en beschietingen tijdens de Bersiap-periode. Verweerder erkende het oorlogsgeweld, maar wees de uitkering af omdat geen blijvende invaliditeit door dat oorlogsgeweld werd vastgesteld.
De Raad toetste of verweerder terecht oordeelde dat de psychische klachten van appellante niet verband houden met het oorlogsgeweld. Adviezen van geneeskundige adviseurs wezen uit dat de klachten eerder voortkomen uit mishandeling door haar vader en dat er geen psychopathologie aanwezig is die leidt tot beperkingen in de zin van de Wubo.
De Raad vond het besluit deugdelijk gemotiveerd en er waren geen medische gegevens die het tegendeel bewezen. Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wubo-uitkering wordt ongegrond verklaard wegens ontbreken van blijvende invaliditeit door oorlogsgeweld.