ECLI:NL:CRVB:2013:2347
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaald verzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellante, geboren in 1934 in Nederlands-Indië, verzocht sinds 1996 herhaaldelijk om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Alle aanvragen werden afgewezen omdat zij geen gebeurtenissen had ondergaan die onder de werkingssfeer van de Wubo vielen, met name werd de mishandeling door een Japanner niet als een daad van de vijandelijke bezettende macht aangemerkt.
Na meerdere afwijzingen en herzieningsverzoeken zonder nieuwe feiten, diende appellante in 2011 opnieuw een aanvraag in, verwijzend naar een eerdere erkenning als oorlogsslachtoffer onder de Algemene Oorlogsongevallenregeling (AOR). De Pensioen- en Uitkeringsraad handhaafde de afwijzing omdat geen nieuwe feiten of gegevens waren aangevoerd.
De Raad oordeelde dat het eerdere besluit met terughoudendheid getoetst kan worden en dat appellante geen nieuwe feiten had aangedragen die aanleiding geven tot herziening. De Raad wees erop dat eerdere onjuiste aannames over de relatie met de pleegmoeder reeds waren gecorrigeerd en dat de omstandigheden van het wonen in een schuurtje niet als nieuw relevant feit gelden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten die herziening rechtvaardigen.