ECLI:NL:CRVB:2013:2353
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellante ontving sinds maart 2008 bijstand als alleenstaande ouder, maar er ontstonden twijfels over haar daadwerkelijke verblijfplaats na een anonieme fraudemelding in mei 2009. Onderzoek toonde aan dat zij in de periode van december 2008 tot mei 2010 niet op het uitkeringsadres woonde, maar op een ander adres samen met haar echtgenoot. Hierdoor werd haar bijstand ingetrokken en teruggevorderd.
Appellante diende later een aanvraag voor algemene bijstand in, die werd afgewezen op grond van dezelfde onjuiste informatie over haar verblijfplaats. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante de onjuistheid van haar verstrekte informatie.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksrapporten, verbruiksgegevens, verklaringen van de verhuurder en waarnemingen voldoende bewijs boden dat appellante niet op het opgegeven adres verbleef. Hierdoor was zij in gebreke gebleven in haar inlichtingenverplichting, wat rechtvaardigde dat het college de bijstand introk, terugvorderde en de aanvraag afwees. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking, terugvordering en afwijzing van bijstand worden bevestigd.