ECLI:NL:CRVB:2013:2450
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging recht op eenmalige mobiliteitstoeslag bij geografische verplaatsing binnen de Belastingdienst
Betrokkene was sinds 1987 werkzaam bij de Belastingdienst en werd in 2010 verplaatst van het kantoor Utrecht naar Amersfoort zonder toekenning van een mobiliteitstoeslag. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en kende een toeslag toe omdat de verplaatsing in het belang van de dienst was, mede door het oplossen van een conflict met de leidinggevende.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat niet voldaan was aan het vereiste primair dienstbelang en dat de toeslag een stimulansbonus is voor het aanvaarden van een andere functie, niet voor algemene verplaatsingen. Ook werd aangevoerd dat de verplaatsing op verzoek van betrokkene plaatsvond en dat zij geen bezwaar maakte.
De Raad oordeelde dat het beleid van de Belastingdienst ook geografische mobiliteit omvat als dienstbelang, ook als de functie gelijk blijft. Het belang van de dienst moet in bredere zin worden gezien, waarbij het vertrek uit het oorspronkelijke kantoor relevant is. Betrokkene stemde uiteindelijk in met de verplaatsing, die mede voortkwam uit een oplossing van het conflict met de leidinggevende.
De Raad concludeert dat aan de voorwaarden voor de mobiliteitstoeslag is voldaan en bevestigt het vonnis van de rechtbank. De staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Hoger beroep van de staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en het recht op mobiliteitstoeslag wordt bevestigd.