ECLI:NL:CRVB:2013:2473
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor doorbetaling woonlasten tijdens detentie
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en zat van 29 juni tot 20 juli 2011 in detentie. Na zijn detentie diende hij een aanvraag in voor bijzondere bijstand voor afbetaling van achterstallige huur.
Het college wees deze aanvraag af omdat appellant ten tijde van het ontstaan van de schulden en daarna beschikte over voldoende bestaansmiddelen en er geen zeer dringende redenen waren om af te wijken van artikel 13 WWB Pro. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij op grond van buitenwettelijk begunstigend beleid recht had op doorbetaling van woonlasten tijdens detentie, mits tijdig aangevraagd. De Raad oordeelde dat appellant deze aanvraag vooraf of bij aanvang van detentie had moeten indienen en bevestigde de eerdere uitspraak.
De Raad wees het hoger beroep af en veroordeelde appellant niet tot proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand voor doorbetaling van woonlasten tijdens detentie wordt afgewezen omdat de aanvraag niet tijdig is ingediend.