ECLI:NL:CRVB:2013:2517
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.Th. Wolleswinkel
- K.J. Kraan
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking toeslag Inconveniëntenregeling Tweede Kamer
Appellante, werkzaam als commissie-assistent bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal, ontving sinds 1988 een toeslag op grond van het koninklijk besluit vanwege onregelmatige diensttijden. In 2003 werd deze regeling vervangen door de Inconveniëntenregeling, waarbij de toeslag werd voortgezet zolang de functie vergadergebonden bleef. In 2009 werd de regeling gewijzigd met een afbouwregeling voor toeslagen indien de functie niet langer vergadergebonden was.
De Griffier trok de toeslag van appellante per 1 februari 2010 in, omdat haar functie niet langer als vergadergebonden werd aangemerkt. Appellante maakte bezwaar en stelde dat de intrekking in strijd was met een toezegging in het besluit van 13 juni 2003, waarin werd vermeld dat zij de toeslag zou behouden zolang zij haar functie vervulde.
De Raad oordeelde dat deze passage geen toezegging inhield dat de toeslag ook bij wijziging van de regeling zou worden behouden. Volgens vaste rechtspraak vereist het vertrouwensbeginsel een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezegging, die hier ontbreekt. Het beroep van appellante werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking van de toeslag bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de toeslag wordt bevestigd en het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard.