Betrokkene, geboren in 1951, vroeg een WIA-uitkering aan wegens fysieke en psychische klachten, waaronder een aangeboren enzymdeficiëntie met darmklachten. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) stelde op basis van een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en arbeidsdeskundig onderzoek een arbeidsongeschiktheidspercentage van circa 5 vast, wat leidde tot afwijzing van de uitkering.
Betrokkene maakte bezwaar en bracht medische correspondentie in, waaronder van specialist Kleibeuker, die de darmproblematiek bevestigde maar geen urenbeperking kon kwantificeren. De bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige handhaafden het standpunt dat de beperkingen juist waren ingeschat en passende functies waren geselecteerd.
De rechtbank oordeelde aanvankelijk dat het besluit in strijd was met het motiveringsbeginsel wegens onvoldoende onderbouwing van het ontbreken van urenbeperking. In hoger beroep benoemde de Raad een onafhankelijke deskundige, prof. dr. Siersema, die het ziektebeeld bevestigde maar concludeerde dat betrokkene de geselecteerde functies kan verrichten zonder urenbeperking.
De Raad volgt het deskundigenrapport en acht het bezwaarbesluit terecht. Tevens wordt vastgesteld dat de redelijke termijn voor de procedure is overschreden, waardoor het onderzoek wordt heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens termijnoverschrijding.