ECLI:NL:CRVB:2013:2787
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding terugvordering bijstand door college Purmerend
Appellante had een bijstandsschuld opgebouwd die door het college van burgemeester en wethouders van Purmerend was teruggevorderd. Na intrekking van de bijstand in november 2010 stopte de inhouding op de uitkering voor aflossing, waarna appellante een verzoek tot kwijtschelding indiende. Dit verzoek werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan de voorwaarden van het gemeentelijke beleid, dat vereist dat gedurende 60 maanden aaneengesloten aan betalingsverplichtingen wordt voldaan of dat ten minste 90% van de schuld is afgelost.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde. Zij stelde dat de stopzetting van de inhoudingen door het college was veroorzaakt en dat dit onredelijke gevolgen had. De Raad overwoog dat het college een discretionaire bevoegdheid heeft om terugvordering geheel of gedeeltelijk kwijt te schelden, maar dat het college in dit geval binnen het beleid heeft gehandeld.
De Raad benadrukte dat appellante niet aan de voorwaarden voldeed en dat het aan haar was om anderszins aflossing te verzorgen. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding bevestigd.