Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:2842

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 december 2013
Publicatiedatum
17 december 2013
Zaaknummer
12-83 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • T.J. Klik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2 Verordening langdurigheidstoeslag gemeente WassenaarArt. 8:69 AwbArt. 8:77 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag langdurigheidstoeslag wegens gebrek aan inkomensverbetering door eigen handelen

Appellant ontvangt sinds 2007 bijstand en heeft in februari 2011 een aanvraag ingediend voor langdurigheidstoeslag. Het college wees deze aanvraag af omdat appellant in de vijf jaar voorafgaand aan 1 januari 2011 meerdere maatregelen had opgelegd gekregen wegens het niet meewerken aan arbeidsinschakeling, waardoor hij geen uitzicht had op inkomensverbetering door eigen handelen.

Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen het besluit eveneens ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het college onterecht had gehandeld, dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd en dat het ne bis in idem-beginsel was geschonden.

De Raad oordeelde dat het college een toereikend verweer had gevoerd en dat de rechtbank voldoende had gemotiveerd. Het ne bis in idem-beginsel was niet van toepassing omdat de afwijzing van de toeslag geen bestraffende sanctie is, maar een afwijzing van een aanvraag. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.

Uitkomst: De aanvraag langdurigheidstoeslag wordt afgewezen en het hoger beroep wordt verworpen.

Uitspraak

12/83 WWB
Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van
23 november 2011, 11/3511 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar (college)
PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 1 oktober 2013. Appellant is verschenen. Het college is, met bericht, niet verschenen.

OVERWEGINGEN

1.
De Raad gaat uit van de volgende in dit geding van belang zijnde feiten en omstandigheden.
1.1.
Appellant ontvangt sinds 30 oktober 2007 bijstand ingevolge de Wet werk en bijstand naar de norm voor een alleenstaande. Op 14 februari 2011 heeft appellant een aanvraag om langdurigheidstoeslag voor het jaar 2011 ingediend. Bij besluit van 16 februari 2011 heeft het college afwijzend op deze aanvraag beslist op de grond dat appellant niet voldoet aan de voorwaarden voor het toekennen van een langdurigheidstoeslag, aangezien hij in de periode van vijf jaar voorafgaand aan de peildatum van 1 januari 2011 meerdere maatregelen opgelegd heeft gekregen, waardoor hij door eigen toedoen geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.
1.2.
Bij besluit van 23 augustus 2011 (bestreden besluit) heeft het college het bezwaar van appellant tegen het besluit van 16 februari 2011 ongegrond verklaard.
2.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
3.
In hoger beroep heeft appellant zich op de hierna te bespreken gronden tegen deze uitspraak gekeerd.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Vooropgesteld wordt dat de omstandigheid dat het college in hoger beroep heeft meegedeeld geen behoefte te hebben aan het voeren van nader verweer er niet toe kan leiden dat, zoals appellant beoogt, appellant omwille daarvan in het gelijk wordt gesteld. Het college heeft in de brief van 24 september 2013 geen nader verweer gevoerd, maar bij wijze van verweer te kennen gegeven dat de uitspraak van de rechtbank wordt onderschreven en dat daarnaar wordt verwezen. Dit geldt als een toereikend verweer, terwijl daarenboven de Algemene wet bestuursrecht (Awb) - ook als van een verweer geen sprake zou zijn - aan het niet of niet tijdig indienen van een verweerschrift geen gevolgen verbindt.
4.2.
Appellant heeft aangevoerd dat het oordeel van de rechtbank dat het college met het bestreden besluit juist heeft gehandeld, onvoldoende is gemotiveerd en onderbouwd. Hetgeen appellant heeft gesteld biedt daarvoor geen grond, zodat deze beroepsgrond wordt verworpen. Het standpunt dat het besluit van 23 augustus 2011 geen besluit op bezwaar is, maar een mededeling waarmee het college te kennen geeft te volstaan met het besluit van 16 februari 2011, kan niet worden onderschreven. Uit het bestreden besluit blijkt onmiskenbaar dat het college naar aanleiding van de bezwaren van appellant het besluit van 16 februari 2011 heeft heroverwogen en daarbij de bezwaren ongegrond heeft verklaard.
4.3.
Appellant heeft verder betoogd dat het bestreden besluit is genomen in strijd met het ne bis in idem beginsel. De langdurigheidstoeslag 2011 is afgewezen wegens de in 2008 opgelegde maatregelen op grond waarvan zijn aanvragen om langdurigheidstoeslagen voor het jaar 2009 en 2010 ook al waren afgewezen. Appellant is voor dezelfde gedragingen opnieuw gestraft in 2011 door de in geding zijnde aanvraag af te wijzen.
4.4.
Dit betoog slaag evenmin. Het beginsel is van toepassing op punitieve of bestraffende sancties. De afwijzing van de langdurigheidstoeslag 2011 kan echter niet worden beschouwd als een punitieve of bestraffende sanctie. Het betreft een afwijzende beslissing op een aanvraag, omdat appellant niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Wassenaar. Onder verwijzing naar de tussen partijen gewezen uitspraak van de Raad van 24 januari 2012 (ECLI:NL:CRVB:2012:BV1876) staat immers vast dat in 2008 aan appellant maatregelen zijn opgelegd vanwege zijn weigering om mee te werken aan een onderzoek naar zijn arbeidsmogelijkheden, het geen gebruik te maken van de door het college aangeboden voorzieningen gericht op arbeidsinschakeling en het niet accepteren van hem aangeboden functies. Gelet daarop had appellant op 1 januari 2011 geen zicht op inkomensverbetering als direct gevolg van eigen handelen of gemaakte keuzes.
4.5.
Appellant heeft aangevoerd dat de rechtbank ten onrechte niet op alle argumenten die hij had aangevoerd, is ingegaan. Uit de artikelen 8:69 en 8:77 van de Awb vloeit echter niet voort dat de rechtbank in haar uitspraak op alle argumenten afzonderlijk had moeten ingaan. De Raad ziet dan ook geen aanleiding de uitspraak om die reden te vernietigen.
4.6.
Uit 4.1 tot en met 4.5 volgt dat het hoger beroep van appellant niet slaagt, zodat de aangevallen uitspraak voor bevestiging in aanmerking komt.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door Y.J. Klik in tegenwoordigheid van P.J.M. Crombach als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 december 2013.
(getekend) T.J. Klik
(getekend) P.J.M. Crombach
HD