Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2013:2938

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2013
Publicatiedatum
19 december 2013
Zaaknummer
12-737 WMO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vervoersvoorziening en hulp bij huishouden op grond van de Wmo bevestigd

Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Roermond aanvragen ingediend voor een vervoersvoorziening en hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze aanvragen werden op 3 maart 2011 afgewezen en na bezwaar op 4 juli 2011 gehandhaafd, gebaseerd op een medisch advies van 25 februari 2011.

Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen door diabetes, COPD, astma, apneu, obesitas, zwakke knieën en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. Hij stelde niet in staat te zijn gebruik te maken van het openbaar vervoer en alle huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.

De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de medisch adviseur het volledige ziektebeeld betrok en dit deugdelijk motiveerde. Appellant had geen aanvullende medische stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen.

In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden naar voren en verwees hij slechts naar eerdere betogen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en stelde vast dat appellant zijn stellingen niet met medische gegevens had onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.

Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de voorzieningen wordt bevestigd.

Uitspraak

12/737 WMO
Datum uitspraak: 18 december 2013
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Roermond van
23 december 2011, 11/1032 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats](appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Roermond (college)
PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. M.A.E. Bol hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is ter zitting van 2 oktober 2013 ter behandeling aan de orde gesteld, waar partijen, met bericht, niet zijn verschenen.

OVERWEGINGEN

1.1. Bij besluiten van 3 maart 2011 heeft het college de aanvragen van appellant op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), strekkende tot toekenning van een vervoersvoorziening en hulp bij het huishouden, afgewezen. Na bezwaar heeft het college deze afwijzingen gehandhaafd bij besluit van 4 juli 2011 (bestreden besluit).
Het college heeft zich hierbij gebaseerd op het medisch advies van de MO-zaak van
25 februari 2011.
2.1. Appellant heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Kern van zijn betoog is dat het bestreden besluit medisch onzorgvuldig is voorbereid en onvoldoende rekening is gehouden met zijn beperkingen als gevolg van diabetes, COPD, astma, apneu, obesitas, zwakke knieën en psychische klachten. Appellant stelt dat hij gezien zijn beperkingen niet in staat is om deel te nemen aan het openbaar vervoer en om alle huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.
2.2. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek dat aan het bestreden besluit ten grondslag ligt niet onzorgvuldig geweest en kon het college op grond daarvan aannemen dat er geen medische indicatie aanwezig is voor de gevraagde voorzieningen. Daartoe is overwogen dat de medisch adviseur appellant heeft ontvangen op haar spreekuur en zij bij haar onderzoek de aanwezige medische informatie uit de behandelende sector heeft betrokken. De medisch adviseur heeft het volledige ziektebeeld van appellant in de oordeelsvorming betrokken en heeft deugdelijk gemotiveerd waarom er geen medische indicatie aanwezig is voor de gevraagde voorzieningen. Appellant heeft geen medische stukken overgelegd die zijn stellingen ondersteunen dat het ziektebeeld onvolledig of onjuist is weergegeven en hij als gevolg van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer en niet alle huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten.
3.
In hoger beroep heeft appellant verwezen naar de gronden die hij in beroep naar voren heeft gebracht.
4.
De Raad komt tot de volgende beoordeling.
4.1.
Appellant heeft in hoger beroep geen nieuwe gronden naar voren gebracht of redenen vermeld waarom de rechtbank tot een ander oordeel had moeten komen. Appellant heeft zich beperkt tot het verwijzen naar de in beroep aangevoerde gronden.
4.2.
De rechtbank heeft deze beroepsgronden in de aangevallen uitspraak afdoende besproken en genoegzaam gemotiveerd waarom deze niet leiden tot een vernietiging van het bestreden besluit. De Raad onderschrijft de overwegingen van de rechtbank volledig en volstaat met een verwijzing daarnaar.
4.3.
Appellant heeft ook in hoger beroep zijn stellingen, dat bij het bestreden besluit is uitgegaan van een onvolledig of onjuist ziektebeeld en dat hij als gevolg van zijn beperkingen geen gebruik kan maken van het openbaar vervoer en niet alle huishoudelijke werkzaamheden kan verrichten, niet onderbouwd met medische gegevens.
4.4.
Uit hetgeen onder 4.1 tot en met 4.3 is overwogen volgt dat het hoger beroep niet slaagt. De aangevallen uitspraak zal worden bevestigd.
5.
Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze uitspraak is gedaan door H.J. de Mooij als voorzitter en W.H. Bel en
G. van Zeben-de Vries als leden, in tegenwoordigheid van K.E. Haan als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 18 december 2013.
(getekend) H.J. de Mooij
(getekend) K.E. Haan

JL