ECLI:NL:CRVB:2013:2938
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vervoersvoorziening en hulp bij huishouden op grond van de Wmo bevestigd
Appellant had bij het college van burgemeester en wethouders van Roermond aanvragen ingediend voor een vervoersvoorziening en hulp bij het huishouden op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Deze aanvragen werden op 3 maart 2011 afgewezen en na bezwaar op 4 juli 2011 gehandhaafd, gebaseerd op een medisch advies van 25 februari 2011.
Appellant voerde aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn beperkingen door diabetes, COPD, astma, apneu, obesitas, zwakke knieën en psychische klachten onvoldoende waren meegewogen. Hij stelde niet in staat te zijn gebruik te maken van het openbaar vervoer en alle huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd, waarbij de medisch adviseur het volledige ziektebeeld betrok en dit deugdelijk motiveerde. Appellant had geen aanvullende medische stukken overgelegd ter onderbouwing van zijn stellingen.
In hoger beroep bracht appellant geen nieuwe gronden naar voren en verwees hij slechts naar eerdere betogen. De Centrale Raad van Beroep onderschreef de motivering van de rechtbank en stelde vast dat appellant zijn stellingen niet met medische gegevens had onderbouwd. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot afwijzing van de voorzieningen wordt bevestigd.