ECLI:NL:CRVB:2013:2939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.J. de Mooij
- W.H. Bel
- G. van Zeben-de Vries
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering niet verantwoord pgb-bedrag wegens ontbreken deugdelijk bewijs
Appellant ontving voor 2010 een persoonsgebonden budget (pgb) van €15.513,- voor AWBZ-zorg, waarvan €999,26 niet verantwoord werd. Het Zorgkantoor keurde de verantwoordingsstukken goed, behalve dit bedrag, en besloot tot terugvordering.
Appellant maakte bezwaar en stelde dat het bedrag wel aan zorg was besteed door zijn moeder, maar de verantwoording was incompleet door persoonlijke omstandigheden. De rechtbank oordeelde dat appellant niet voldeed aan de verantwoordingsplicht omdat essentiële bewijsstukken zoals urendeclaraties en betalingsbewijzen ontbraken.
In hoger beroep herhaalde appellant dat fouten in de verantwoording door omstandigheden waren ontstaan en overhandigde bankafschriften ter onderbouwing. De Raad concludeerde echter dat deze bankafschriften onvoldoende objectief bewijs boden dat betalingen conform de zorgovereenkomst waren gedaan, mede omdat bedragen en rekeninggegevens niet consistent waren.
Daarom bevestigde de Raad het besluit van het Zorgkantoor en de uitspraak van de rechtbank dat het niet verantwoordde bedrag terecht wordt teruggevorderd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van €999,26 wordt bevestigd.