ECLI:NL:CRVB:2013:2989
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening WAZ-uitkering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat hij geen recht heeft op een WAZ-uitkering omdat de arbeidsongeschiktheid niet vóór 1 augustus 2004 is ingetreden. Tegelijkertijd verzocht hij om een voorlopige voorziening om alvast voorschotten op de uitkering te ontvangen in afwachting van de definitieve uitspraak.
De voorzieningenrechter overwoog dat de mogelijkheid tot het treffen van een voorlopige voorziening alleen bestaat bij onverwijlde spoed. Verzoeker stelde dat hij in financiële nood verkeert en zijn hypotheeklasten niet kan voldoen vanaf januari 2014. Echter, hij bracht geen bewijsstukken ter onderbouwing van zijn financiële situatie in en verklaarde dat hij nog een arbeidsongeschiktheidsverzekering heeft die jaarlijks €30.000 uitkeert en daarnaast een inkomen uit arbeid van €30.000 tot €40.000 per jaar genereert.
Gelet hierop concludeerde de voorzieningenrechter dat er geen sprake is van een spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Ook werd meegewogen dat het hoger beroep uiterlijk 1 juli 2014 zal worden behandeld. Daarom werd het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.