Uitspraak
OVERWEGINGEN
- bevestigt de aangevallen uitspraken;
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant had een renteloze lening ontvangen op grond van het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) en werd verplicht deze vanaf 2003 met een vast bedrag per maand af te lossen. Na diverse uitstelbesluiten werd in 2010 de terugbetaling hervat, waarop appellant bezwaar maakte. Het college verklaarde het bezwaar tegen een informatieve brief niet-ontvankelijk en wees het verzoek om kwijtschelding af wegens voldoende betalingscapaciteit.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet in staat was de maandelijkse aflossing te voldoen en dat de schuld op grond van het Bbz na vijf jaar beëindiging van zijn bedrijf kwijtgescholden moest worden. Tevens wees hij op zijn financiële en medische situatie.
De Raad oordeelde dat de brief van 2010 geen besluit was en het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was verklaard. De draagkrachtberekening van het college werd niet betwist met concrete gegevens, terwijl het overzicht van appellant onvoldoende onderbouwd was. Het college had geen specifiek kwijtscheldingsbeleid, maar sloot aan bij beleidsregels die niet van toepassing waren op appellant. Het beroep op artikel 43 lid 2 Bbz Pro 2004 faalde omdat die bepaling niet op zijn situatie van toepassing was.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om kwijtschelding van de renteloze lening wegens voldoende aflossingscapaciteit.