ECLI:NL:CRVB:2013:535
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- B.J. van de Griend
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van rechtsherstel na onrechtmatige functieontheffing bij Koninklijke Marechaussee
Appellant, werkzaam als majoor bij de Koninklijke Marechaussee in Parijs, werd ontheven uit zijn functie wegens onvoldoende beheersing van het Frans. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze ontheffing onredelijk was en gaf de commandant opdracht tot rechtsherstel.
De commandant bood een andere functie aan en een financiële genoegdoening van €5.000,-. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond, waarbij zij oordeelde dat het geboden rechtsherstel toereikend was.
In hoger beroep betoogde appellant dat het rechtsherstel onvoldoende was, met name financieel, en stelde aanspraak te hebben op hogere schadevergoedingen voor gederfde buitenlandtoelage, gemiste belastingvoordelen en reiskosten.
De Raad overwoog dat de aangeboden functie redelijk was en dat de financiële tegemoetkoming passend was op grond van artikel 115 van Pro het Algemeen militair ambtenarenreglement. De gevorderde aanvullende schadeposten werden afgewezen omdat zij niet als rechtstreeks gevolg van de onrechtmatige ontheffing konden worden aangemerkt.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het geboden rechtsherstel wordt als toereikend bevestigd.