ECLI:NL:CRVB:2013:740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melden hoofdverblijf
Appellant ontving bijstand sinds februari 2010 en stond ingeschreven op een adres waar hij volgens onderzoek niet feitelijk woonde. Het Interventieteam van de gemeente Rotterdam constateerde tijdens huisbezoeken dat appellant en zijn kinderen niet op het uitkeringsadres verbleven, mede omdat er sinds november 2008 geen elektriciteit en gas werden geleverd.
Het college trok de bijstand per 1 mei 2011 in en vorderde de bijstandskosten over de periode februari 2010 tot april 2011 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij vanwege een schuld bij de energieleverancier geen elektriciteit had en dat hij in zijn woning moest kamperen. De Raad oordeelde echter dat de onderzoeksbevindingen, waaronder het ontbreken van persoonlijke zaken en de verklaringen van buurtbewoners en ex-partner, voldoende bewijs leverden dat appellant niet op het uitkeringsadres woonde. Hierdoor kon het recht op bijstand niet worden vastgesteld en werd het hoger beroep verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.