ECLI:NL:CRVB:2013:761
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R. Kooper
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van de Wubo
Appellant, geboren in 1934, diende in 1997 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Destijds werd erkend dat hij getroffen was door oorlogsgeweld vanwege evacuatie in mei 1940, maar werd zijn erkenning als burger-oorlogsslachtoffer geweigerd omdat de arrestatie van zijn vader na de oorlog niet als oorlogsgeweld werd aangemerkt en er geen causale lichamelijke klachten waren vastgesteld.
In 2011 diende appellant een nieuwe aanvraag in, die in 2012 werd afgewezen omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd. Het bezwaar tegen deze afwijzing werd eveneens ongegrond verklaard. Appellant voerde aan dat de arrestatie en bejegening van zijn vader en de gevolgen daarvan hem psychisch invalide hadden gemaakt, maar deze feiten waren reeds beoordeeld en vielen niet onder de definitie van oorlogsgeweld volgens de Wubo.
De Raad oordeelt dat de Wubo een beperkte strekking heeft en alleen calamiteiten erkent die tijdens de oorlogsjaren 1940-1945 door de bezettende macht zijn verricht. De gebeurtenissen na de oorlog en de activiteiten zoals het bezorgen van eten aan onderduikers vallen hier niet onder. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat geen nieuwe relevante feiten zijn aangevoerd die tot herziening van het eerdere besluit leiden.